Toine Horvers: WYSIR-theater / WYSIR-theatre
verschenen op vouwblad bij 'REGISTRATIES. een performance van Toine Horvers in 4 delen', in Lantaren/Venster, Rotterdam; 16 t/m 19 oktober 1996
Toine Horvers maakt een werk voor het theater. Hij noemt het Registraties, met als ondertitel een performance in 4 delen. Daarmee refereert hij enerzijds aan beeldende kunst, anderzijds aan muziek. Al een eeuw lang oefent het theater een haast onweerstaanbare aantrekkingskracht uit op beeldend kunstenaars. Ook op Horvers: gewend als hij is zijn performances en geluidssculpturen in te passen in concrete architectuur, vormt het theater voor hem een vrijplaats: er is geen concrete werkelijkheid, er is enkel illusie van ruimte en tijd. "Net zoals er geen tekening is wanneer er niets op het papier wordt gedaan, zo is er in het theater pas iets als er iets gebeurt dat de aandacht trekt: een licht, een beweging of een stem."
Paradoxalerwijs buit Horvers die illusoire potentie niet uit ten dienste van meeslepende figuratie. Stijlmiddelen die sinds de Barok ontwikkeld zijn om het publiek een 'theatrale werkelijkheid' voor te toveren worden afgezworen. Ook daarmee past Horvers in wat inmiddels traditie is geworden in de twintigste eeuw: van Bertold Brecht's acteurs die uit hun rol stappen en zich direct tot het publiek richten tot de heel concrete beproevingen waaraan de acteurs van Jan Fabre of de dansers van 'La la la human steps' blootgesteld worden. Bij Horvers is er zelfs geen verhalende handeling. Wat op het toneel gebeurt is 'echt' en 'autonoom', niet 'ver-beeldend' maar zelf 'beeldend'.
Zo zijn in het theater van Horvers zowel de inhoud van, als de omgang met tekst - in het traditionele theater het vehikel par excellence van de illusie - anti-illusoir. Het tekstmateriaal is abstract en tegelijkertijd volkomen reëel: droog-factuele notaties van zulke onweerlegbaar tastbare gegevenheden als het aardse landschap, de weersgesteldheid, de waterstand van rivieren, en - ultieme parameter van ons bestaan - ons eigen menselijk hoofd. Als Horvers zijn 'performers' - hij vermijdt de term 'acteurs' - laat samen-spreken, ontstaan geen conventionele dialogen. Het is letterlijk 'samen spreken': woorden van verschillende sprekers worden door elkaar geweven tot wolken van golvende klank. Voor zover de woorden al figuratief-verwijzend waren, worden ze weer even abstract als het geluid van trommels waarmee Horvers vaak zijn sculpturen opbouwt.
Horvers laat niet 'handelen', enkel strak-geregisseerd 'bewegen'. Ook het licht, meestal figuratief/ illusoir gebruikt ter ondersteuning van de tekst, is hier abstract, 'echt' en autonoom-ruimtelijk: het vormt een streep of een zone, of markeert een tijdsverloop voor een beweging op het toneel.
Bij Horvers is geen illusie van tijd. Er is geen illusie: alle tijdsduur is 'echt', namelijk te relateren aan voor het publiek controleerbare parameters. En ook al kennen de zichtbare handelingen een concrete tijdsduur, toch bestaat ook tijd hier niet: dit theater is statisch; er is, afgezien van de concreet fysieke beweging, geen dramatische ontwikkeling.
Qua vormentaal refereert Horvers, in zijn theater zo goed als in zijn beeldende kunst, aan de streng-geometrisch gecomponeerde Minimal Art en installatie-achtige muzieken van bijvoorbeeld Steve Reich. De wereld van muziek is so-wie-so niet ver weg: afgezien van de koekoek en het onweer in Beethoven's Pastorale Symfonie is een muziekstuk een abstract weefsel, zoals aan het begin van de eeuw Kandinsky en Schönberg als geconstateerd hebben. Toch haast Horvers zich steeds te verklaren dat wat hij met klank maakt niet 'muziek' is, maar 'sculptuur': articulatie van ruimte namelijk.
Het theater van Horvers doet een poging de basiselementen van het theater - klank, beeld, beweging en licht - in al hun autonome kaalheid zelf aan de orde te stellen: strategie van het klassieke Modernisme. Theatermaker Heiner Müller sprak in dezen over theater dat je niet rationeel volgt door begrip van de woorden en de handeling, maar theater dat je door zijn abstracte ritmes ondergaat als muziek. Horvers maakt theater zonder ethisch-morele dynamiek: we worden er niets wijzer van.
Bij Horvers geen illusie. Dit theater is WYSIWIT: 'what you see is what is there', of beter gezegd WYSIR: 'what you see is real'. Het vormt de tegenpool van veel virtualiteit in het hedendaags bestaan.
© Guus Vreeburg / Het OOG, Rotterdam; 960917
Reageren op deze tekst? Stuur een mail.
Recent werk van Toine Horvers is te vinden op zijn site