Maik Mager: werken met water
in aangepaste vorm verschenen in: Archis (1996) 9, p 9

English translation

Tot 29 september 1996 is in Rotterdam het 'Waterwerk NAi' van Maik Mager te zien en te horen: water, omhoog gepompt uit het bassin rond het NAi-gebouw, valt vanaf de pergola als een 23 meter breed scherm naar beneden. Drie minuten per kwartier wordt het terras omsloten door een wand van water, of liever een gordijn: het wappert in de wind. Het gordijn, dat nu eens ruist en dan weer raast, vormt een visueel en auditief spektakel.

Het regent op Rotterdam: buiten hoor ik nu eens zacht ruisen, dan weer venijnig tikken, soms ritmisch striemen; heel anders klinkt het gespetter op straat. De druppels ruiken schoon en voelen zacht aan. Het wordt snel lekker fris: verdampend water onttrekt warmte aan de lucht. De rest vormt plassen, spoelt vuil weg en verdwijnt tenslotte als vies, oud water het riool in. Even later regent het water 'als nieuw' opnieuw omlaag, of stroomt het, gezuiverd en al, weer uit de kraan - hoe 'oud' is water eigenlijk? Water is als de Phoenix-vogel oeroud, en steeds vers en puur. Water is ook als een kameleon. Gestold tot ijs is het koud en hard maar wèl vormvast, hoewel gevaar van smelten dreigt; vervluchtigd tot stoom is het warm, en nog ongrijpbaarder dan in zijn vloeibare gedaante. Het spreekt verschillende zintuigen tegelijk aan: je kunt het zien, horen, voelen, proeven en ruiken.
Een ideaal materiaal voor kunstenaars en andere 'vorm-gevers', zou je denken. In de loop der eeuwen zijn grofweg twee strategieën ontwikkeld om met het weinig vormvaste water om te gaan: enerzijds door het, met de zwaartekracht mee, te ordenen tot vijvers, anderzijds door er, tegen de zwaartekracht in, fonteinen mee te maken. De ene strategie resulteert in een heel stabiel beeld, de andere in een uitermate beweeglijke en momentane vorm.
Merkwaardigerwijs hebben juist vormgevers uit water-arme streken de poëtische kwaliteiten van water uitgebuit. Voor Nederlanders is water vooral bedreigend geweest: onze 'kunstwerken' in dat verband zijn vaak defensief ('pompen of verzuipen') of hoogstens utilitair van karakter. Niet wij, maar Romeinen sloegen munt uit aquaducten die uitmondden in fraaie openbare badhuizen en waterbekkens; niet wij, maar Arabieren ontdekten de koelte - zowel fysiek als mentaal - van het gemurmel van één enkel fonteinstraaltje in een interieur; niet wij, maar Fransen bedachten tuinen met spiegelend water, en voor het park van Versailles zelfs een ronde 'tuinkamer' uit tientallen metershoge fontein-zuilen - een kostbare aangelegenheid, zelfs toen de mankracht achter de pompen nog goedkoop was: de klaterende kamer bestond enkel als de vorst passeerde.
Eskimo's construeren iglo's uit ijs; Yves Klein bedacht rond 1960 fonteinen van water en van vuur die op een hoogte van 20 meter samenkomen in 'plafonds' van stoom. Tijdens de Expo 1992 in Sevilla werden nieuwe manieren getoond hoe met water gebouwd kan worden. Om daarmee 'vloeren', 'wanden' en 'plafonds' te maken bleek meestal een drager nodig: zo stroomde het water van de wanden van het Nederlands paviljoen van Moshé Zwarts langs gaasdoek. Ook in de beeldende kunst worden in deze tijd van 'les immatériaux', naast beelden áán, óp en ín het water, ook beelden mèt water gemaakt. Thom Puckey installeerde een ondergrondse fontein in de tuin van het museum in Arnhem (1989). Tony Cragg laat in 's-Hertogenbosch via een waterschroef water terugvallen in de stadsgracht waarin hij staat opgesteld (198.). Karin Daan realiseerde horizontale waterpartijen met een stedebouwkundig karakter in Hoogeveen, Papendrecht en in Utrecht-Rijnsweerd (1991). Onlangs schreef een producent van bronwater een prijsvraag uit om het aloude thema van de fontein nieuw leven in te blazen.

Sinds 1993 onderzoekt de Rotterdamse beeldhouwer Maik Mager (1948) in haar project 'waterwerken' nieuwe mogelijkheden van betekenisgeving van water in de openbare ruimte. Om tot een brede beeldvorming te komen ontwikkelde zij thema's, die ze uitwerkt tot beelden-als-denkmodellen. Onder het motto 'nat en inwendig' ontstond een reeks aan de wand hangende bakken uit gietrubber met aan de binnenzijde wormvormige instulpingen - hier gaat het vooral om de indruk van nat-zijn in plaats van daadwerkelijke vochtigheid.
Het 'Waterwerk Nai' past in de serie 'loop/stroom/val'. Zo ontstond een model voor een 'druppellaantje' voor een parkachtige omgeving: uit geperforeerde buizen, gemonteerd op gestileerde en in brons af te gieten boomstammen, opgesteld ter weerszijden van een looppad, zou water druppelen op de wandelaars. Geheel anders was het druppelgordijn boven de tunnel-achtige ingang van de ART Space Gallery in Winnipeg (Canada). Waar het eerdere project, door alle nadruk op de visuele verschijningsvorm van de infrastructuur voor het water nog zou resulteren in een sculptuur in conventionele zin, werd hier de vorm gereduceerd tot een nauwelijks zichtbare buis aan de gevel. Druppels vielen als een fijne lineaire douche, niet constant maar gedurende drie minuten per kwartier. Mager: "Zo ervaart de bezoeker een 'ervóór', een 'tijdens' en een 'erna'". Ondanks het minimaal-materiële en fragiele karakter legde Mager hier de architectonische potentie van het water zelf bloot: het bleek voelbaar in staat ruimte te articuleren en grenzen te definiëren.

1996Mager_02.jpg

Maik Mager. 'Waterwerk NAi', Nederlands Architectuurinstituut Rotterdam; 1996
© foto: Peter Lindhout, Rotterdam

Het 'Waterwerk NAi' is veel monumentaler van opzet. Mager wilde het in het entree-blok uitgesneden terras "definiëren als een gat in de architectuur door het te dichten met water en geluid"; op die manier zou een buitenruimte tijdelijk een binnenruimte worden. Het vlies van water, dat in eerste instantie gedacht was in de 23 meter brede opening bleek technisch onhaalbaar: daarvoor zouden nòg veel grotere hoeveelheden water (met het bijbehorende gewicht) opgepompt moeten worden door nòg veel grotere pompen dan nu al nodig bleken voor wat uiteindelijk geworden is tot een gordijn van 765 stralen van een centimeter dikte. Deze dikte is nodig om de stralen niet onderweg al te laten verwaaien. Ook dit beeld is weer intermitterend - bij te hoge windsnelheden schakelt een anemometer schakelt het beeld uit. Mager: "kraan dicht, beeld weg".
Anders dan het meer poëtische werk in Winnipeg heeft het Nai-gordijn een overdonderend effect: de kalmte van het horizontale watervlak van de vijver wordt weggegeseld door de razende stralen. Dít water werkt niet meditatief, maar zeer fysiek: de kracht waarmee het naar buiten wordt geperst is niet alleen zichtbaar en hoorbaar, maar ook direct-fysiek voelbaar, vooral vanaf het terras. Daar golft het gordijn van je af en je tegemoet, en vormt het een traliewand die afstand afdwingt: wie niet uitkijkt wordt kletsnat. De buitenwereld blijft zichtbaar, maar wordt geheel overstemd. Van buitenaf bezien is de fysieke dreiging minder; dáár is veel meer sprake van een 'wand' in visuele zin, en dan nog een die tintelt in de zon. Spectaculair, in beide posities, is het 'ophouden' van de wand waarbij het geraas via druppelend gepinkel overgaat in stilte.
Mager ziet het 'Waterwerk Nai' niet als sculptuur, maar als architectuur. Door water vrij te laten vallen slaagt zij erin het geheel zelfstandig een architectonische vorm te geven, zelfs al is die wand slechts tijdelijk en relatief. Typologisch herinnert het werk daarmee aan tenten: het terras wordt niet zozeer binnen-kamer, maar veeleer theepaviljoen-aan-het-water.

1996Mager_01.jpg

Maik Mager. 'Wir sind schon lange da', Museumpark Rotterdam; 1996
© foto: Guus Vreeburg, Rotterdam

Evenzeer tijdelijk, maar veel esthetischer was het waterwerk rond het thema 'insluiten/omsluiten', dat Mager begin juni toonde in het nabijgelegen Museumpark. Aan takken van volgroeide platanen onderaan de Westzeedijk hingen emmervormige klompen ijs die langzaam smolten, waardoor meegevroren vissen zichtbaar werden en tenslotte in het gras vielen. Ik liep onder een plafond van bevroren wolken waaruit een slow-motion regenbui druppelde, en evenzeer waande ik me aan de andere kant van de dijk, op de bodem van een zee vol ijsschotsen.

© Guus Vreeburg / Het OOG, Rotterdam; 960800

Reageren op deze tekst? Stuur een mail.