Bij een tafel [van Evelien van Veen]
verschenen in: Items 6 (1986) # 21, pp 44-45

1986Veen_tafel3_site.jpg
Evelien van Veen. 'Mechanisch', vergrootbare tafel. 90 x 90 / 90 x 180 cm


De 'Drempelprijs’ die de Rotterdamse Kunststichting toekent aan veelbelovende afstuderenden van de Academie van Beeldende Kunsten in Rotterdam, is dit jaar voor het eerst uitgereikt aan een ontwerper en niet, zoals tot nu toe gebruikelijk, aan een beeldend kunstenaar.
Evelien van Veen kreeg de prijs voor haar eindexamenproject: een vergrootbare tafel die, zowel in normale stand als uitgeschoven, een verrassend beeld moest opleveren. Van Veen wilde haar tafel bovendien een luxe uitstraling meegeven Met deze uitgangspunten kwam zij tot een spectaculair ontwerp, dat alleen al door zijn kolomvoet afwijkt van het gangbare concept van een blad op vier poten.
Ook de verdere vormgeving is voor Nederlandse begrippen exuberant te noemen: de voet contrasteert met een rijkdom aan vormen, volumes, texturen en kleuren met het strakke, hoogglanzende kunststof blad. Door het blad horizontaal te draaien schuift het in twee helften uiteen; daardoor komt een iets verdiept liggend middenvlak tevoorschijn, dat door ingegoten veelkleurige metaalschaafsels voor een verrassend decoratief effect zorgt. De warme kleuren van het metaal van de voet en de verwijzingen naar lakwerk en natuursteen in het blad verlenen de tafel verfijning en raffinement – de in Nederland gebruikelijke, neutrale vormentaal is los gelaten. Eerder dringen zich vergelijkingen op met de pracht van het Empire, de Art Déco, of de tafels die Sottsass een paar jaar  geleden voor Memphis maakte.
Ongetwijfeld van grote invloed  waren de ervaringen die Van Veen opdeed tijdens een stage in  Milaan, waar ze bij Michele de  Lucchi werkte. Toch sluit de tafel bij nader inzien ook aan bij de opvattingen, die sinds de generatie van Berlage gemeengoed  zijn geweest in de Nederlandse meubelkunst: schoonheid als resultaat, niet van ongebreidelde vormwil of het gebruik van siervormen, maar van bewuste keuze en verwerking van het materiaal, waarbij de vorm ontstaat vanuit de constructie. De spiraalvorm in de voet bijvoorbeeld koppelt, zowal mechanisch als visueel, het draaien van het blad aan het uitschuiven ervan. Een vergelijkbaar concept is ook terug te vinden in een serie ringen en armbanden, die Van Veen in Milaan ontwierp, in samenwerking met haar medestudente Simone Drost. Daarbij was de menselijke behoefte tot 'frunniken’, het spelen met beweegbare onderdelen, de rode draad in de vormgeving. De sieraden hebben daarmee een even intrigerende en fascinerende aantrekkingskracht als de tafel, die, hoe wel bescheiden en ingetogen genoeg om je niet te overschreeuwen, zich niet neutraal in een hoekje laat vastpinnen.
De jury van de Drempelprijs heeft in haar rapport gewezen op de grote beeldende kwaliteiten van het ontwerp. Met het loslaten van zowel de vormentaal als de ontwerpmethodiek van het functionalisme staat de tafel van Van Veen middenin de discussie van de laatste jaren over de vraag, of het 'postmoderne' ontwerpen tot de (industriële) vormgeving of tot de beeldende kunst gerekend moet worden. De meeste Nederlandse critici trekken scherpe grenzen: de gebruikelijke reactie op de vormexperimenten van de afgelopen jaren, zoals laatstelijk te zien op het grote overzicht ‘Gefühlscollagen. Wohnen von Sinnen’ in Düsseldorf en Maastricht, is de opmerking ‘But it is art! Alsof meubelen en andere gebruiksvoorwerpen, die natuurlijk allereerst functioneel dienen te zijn, onvermijdelijk ook een functionalistische vormgeving zouden moeten krijgen. Daarmee is de zaak duidelijk: de ontwerper, die zich niet aan de regels houdt en de vormwerelden herontdekt, die in de laatste vijftig jaar verloren zijn gegaan, wordt afgedaan als een onverantwoordelijke artiest. In Nederland zijn we nu eenmaal meer pragmatisch dan poëtisch ingesteld.
Is de tafel van Van Veen nu een kunstwerk of een bruikbaar meubelontwerp? Functioneel is hij in ieder geval: hij heeft de gebruikelijke hoogte en is groot genoeg voor vier personen. Het wachten is nu op een fabrikant, die het aandurft het unica-stuk uit te werken tot een serieprodukt. Het zal door een aantal ingewikkelde constructieve  aspecten en de ongebruikelijke vormentaal voorlopig zeker geen populair geprijsde bestseller kunnen worden, maar wél een blikvanger in het totale Nederlandse aanbod. De uiteindelijke verantwoordelijkheid ligt natuurlijk bij de consument: pakt hij de toegeworpen handschoen op - of loopt hij er hoofdschuddend aan voorbij?

© Guus Vreeburg / Het OOG, Rotterdam; 860900

Reageren op deze tekst? Stuur een mail. 

Evelien van Veen (1961) studeerde in de zomer van 1986 af in Interieurarchitectuur aan de Academie van Beeldende Kunsten in Rotterdam (tegenwoordig: Willem de Kooning Academie). Deze tafel was een van haar afstudeerprojecten.
Tegenwoordig werkt Evelien van Veen als architect, samen met studiegenote Simone Drost, als Drost + van Veen architecten