Goed Wonen. Een Nederlandse wooncultuur 1946 - 1968 (diverse bijdragen)
verschenen in: Wonen-TA/BK (1979) 4/5 (februari), themanummer; verschenen ter gelegenheid van een gelijknamige tentoonstelling in het Frans Halsmuseum-De Vleeshal, Haarlem en het Groninger Museum, Groningen
© Guus Vreeburg / Het Oog, Rotterdam; 790201
De complete tekst kan op aanvraag beschikbaar worden gesteld
Voor mijn doctoraalproject ter afsluiting van de studie Kunstgeschiedenis aan de Rijksuniversiteit Utrecht deed ik, samen met studiegenoten Hadewych Martens, Jaap Verheij en Maria Rijksen een onderzoek naar de ideeën en activiteiten van de Stichting Goed Wonen. Die was in 1946 opgericht door groepen architecten en vormgevers, fabrikanten, distribuanten en consumenten om de idealen op het gebied van de woninginrichting, zoals die ontwikkeld waren door de Modernistische architecten van vóór de Tweede Wereldoorlog, ingang te doen vinden bij "breede lagen" van de Nederlandse bevolking. Via een tijdschrift, een toonzaal in Amsterdam en 'modelwoningen' die overal in het land werden ingericht liet Goed Wonen in die jaren van Wederopbouw-schaarste zien hoe je op weinig ruimte en met weinig geld tóch praktisch en comfortabel zou kunnen wonen.
Ons onderzoeksproject voerde ons in die late jaren zeventig - nog maar tien jaar nadat 'Stichting Goed Wonen' was getransformeerd tot 'Stichting Wonen' - langs allerlei ooggetuigen-van-toen: architecten en ontwerpers, producenten, winkeliers én particulieren die destijds Goed Wonen waren toegedaan. We interviewden hen en vroegen hen om archiefmateriaal; ook zochten we bij hen naar meubelen en andere items voor de tentoonstelling die we planden. Dat alles had toen nog nauwelijks museale waarde, en werd na gebruik meestal gewoon weggegooid.
1956: GW 'modelwoning' in Amsterdam Slotermeer
architect JP Warners, interieurarchitect Coen de Vries
Uiteindelijk realiseerden we een tentoonstelling waarin we drie karakteristieke 'modelwoningen' (een uit 1948, een uit 1956 en een uit 1968) op ware grootte reconstrueerden - aangekleed met de materialen die we her en der hadden gevonden. De tentoonstelling werd gemaakt voor De Vleeshal in Haarlem, waar hij in februari 1979 openging; later dat jaar was het geheel ook nog te zien in het Groninger Museum.
de 'gesloten' en de 'open' levenshouding
Goed Wonen 2 (1949), p 82-83
Voor mij persoonlijk was de kennismaking - of liever: de hernieuwde kennismaking... mijn ouders waren ook een aantal jaren abonnee van het tijdschrift geweest, en ik had die als 15-jarige werkelijk uitgespeld - met Goed Wonen en haar ideeën en idealen een 'eyeopener': ik herkende er het frisse, onconventionele, nuchtere en toch rijke levensgevoel. Het Goed Wonen-project zette mij ook op het spoor van mijn jarenlange - ook professioneel doorgevoerde - interesse in architectuur en (interieur-)vormgeving - het woord 'design' bestond nog nauwelijks.