Kus wat komt. Walter van Beirendonck en Marc Newson in Boijmans Van Beuningen
verschenen in: de Architect 29 (1998) 10, pp 118-199
© foto: Bob Goedewaagen, Rotterdam
Onder de titel ‘W.&L.T. Wild & Lethal Trash / Kiss the Future!’ presenteert lifestyle-ontwerper Walter van Beirendonck vier collecties voor winter 98/99 in een full-size prototype van een ‘shop-in-shop’-concept, dat designer Marc Newson momenteel voor hem ontwikkelt. Een en ander is tot 15 november 1998 te vinden in Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam.
Tegelijkertijd is deze tentoonstelling een voorproefje van wat architecten Robbrecht en Daem vanaf januari 1999 in petto hebben voor de (ver-)nieuwbouw van het museum. Van het prentenkabinet, dat tot nu toe de lengte-as van de begane grond van de ‘Bodon’-vleugel (1972) blokkeerde, zijn de voor- en achterwand weggebroken. Zo ontstaan verbluffende zichtlijnen van de straat naar de museumtuin, en van binnen naar buiten. Hier, tezijnertijd de plek van de afdeling Toegepaste Kunst, is nu de Van Beirendonck/Newson-shop.
Vanaf de huidige museum-ingang tussen de Boijmans-winkel en het restaurant - het commerciële gezicht van het museum - kijk je via een etalageruit over de volle breedte Newson’s shop binnen. Deze ruimte is op een knalrode vloer na geheel wit, oogt clean en ‘leeg’, en is strikt lineair ingedeeld. Vanaf de glazen pui leidt een rij video-monitoren, op ooghoogte verzonken in beide zijwanden, naar paskamers in de achterwand. Parallel daaraan staan twee brede blokken uit witte kunststof, zodanig gedimensioneerd dat de ruimte als geheel intact blijft. Bij nader inzien bestaan die blokken uit losse segmenten, die op grote rubber wielen als in een archiefsysteem heen en weer gereden kunnen worden. In deze open containers ontdekt de bezoeker alle stukken uit de collectie, als schatten opgeborgen.
Dit zijn eerder superkratten dan ‘kasten’. Het wit, was-achtig aanvoelend plastic met de breed afgeronde contouren van de persmal, de zichtbare lasnaden, en het W.&L.T.-logo in blinddruk aan de buitenkant refereren tegelijkertijd aan de sophisticated interieurs van het Starship Enterprise, en aan de banaliteit van koelboxen en vuilcontainers; ook de wereld van Nintendo is vlakbij. Bij deze wild-verfijnde space-boxes werden nog heel recent paspoppen ontworpen: bidsprinkhaan-dunne cyborgs uit slappe kunststof die, aangekleed, met zuignappen als ‘handen’ en ‘voeten’ langs etalageruiten en plafonds klauteren.
Alle componenten van Newson’s shop zijn in principe wit. Kleur komt van Van Beirendonck, zoals hier het rood van de vloer, en natuurlijk de kleding zelf. Newson: “Het concept voor de shop-in-shop moest uiterst flexibel zijn, en er zowel in gotische kerken of een futuristisch décors, in warenhuizen, boetieks of op een beurzen goed uitzien: allemaal situaties waar je nauwelijks grip op hebt. Toch steeds een optimaal effect. Daarom moest het ontwerp makkelijk op te stellen zijn, zonder dat wij daarbij aanwezig hoeven zijn. Ook mocht het niet te opvallend zijn om niet Walter’s kleding te overschaduwen. En bovenal moest de hele unit een sterke, onuitwisbare indruk maken: uiteindelijk is dit natuurlijk een signaal, een totem.”
Newson sluit goed aan op de W.&L.T.-collecties met motto’s als: ‘Play my game / Clothes for children ^ not for parents’; ‘Wanted. I scare you / casual streetwear for high-teens / cybercombat style for space skaters’; ‘Shaken elegance. Believe in fairytales / adult clothes with a twist’; en ‘Limited edition. Spoil yourself / a modern view on luxuriousness / Python power’.
Newson’s ontwerp wordt niet alleen als zodanig gepresenteerd en gebruikt als ‘setting’ voor Van Beirendoncks kleding: de tentoonstelling is een tijdelijke ‘shop-in-museum’. In tegenstelling tot de winkel-installaties van simulatie-kunstenaar Guillaume Bijl zullen bezoekers zich hier niet hoeven beperken tot enkel kijken: ze kunnen ook passen en kopen.Speciaal personeel is ingehuurd. Stagiaires van een commerciële mode-opleiding zullen via publieksonderzoek meten hoe het concept in de praktijk werkt. De wisselwerking en grensvervaging tussen de wereld van de commercie en die van de kunst worden op het scherpst van de snede onderzocht. ‘Kiss the Future!’
© Guus Vreeburg / Het OOG, Rotterdam; 980911