'Aan de Maas' - Peter Breevoort schildert (fragmenten)
complete tekst verschenen in: Peter Breevoort. Aan de Maas. Rotterdam, Peter Breevoort, 2001
English version
Rotterdam, 1 september 2001
Beste Peter,
Je vroeg me onlangs om in je nieuwe atelier te komen kijken naar je nieuwste project: tien schilderijen van ‘de rivier’. “Kun jij daar wat mee?”, wilde je weten.
1. Herinner jij je nog, het was 1988 – jij begon op de Academie aan je laatste jaar, ik was nét in de stad komen wonen en had mijn eerste ‘Breevoort’ gekocht - het invaren-door-de-stad van de nieuwe Brienenoord-boog: hélverlicht tegen de avondhemel, langzaam glijdend boven alle huizen uit, tijdens ‘dood tij’ maar nét dóór en onder de Hef, en op alle kades en kasseien duizenden mensen, uitgelopen om dit stoere-jongens-huzarenstuk te zien. Het werd een geïmproviseerd volksfeest – “cultuur op z’n Rotterdams”, herkende ik - dergelijk spektakel doet het hier altijd goed.
Nu laat je me tien doeken zien van ieder twee bij twee meter, samen straks een panorama van meer dan twintig meter breed – ‘de rivier’ van Rotterdam. [...]
2. Daar raken we een essentieel punt: voor Hollanders is het water een potentiële vijand, aanleiding tot strijd, met dijken en dammen en sluizen en stuwen als wapens. Met z’n allen ertegenaan: dat leidt na eeuwen tot ‘poldercultuur’. Eenmaal getemd is water eventueel ook nuttig als transportweg. Dat water ook mooi en aangenaam kan zijn is vooral thema in veel water-arme culturen, bijvoorbeeld de Arabische, en water-rijke ‘go with the flow’ culturen als van veel Boeddhistische landen - dáár bezingt men de leven-gevende kracht van water, en bouwt men huizen op poten - desnoods ook drijvend - en schaduwrijke paviljoenen aan de waterkant...
De watervrees van de Hollandse landrotten-cultuur van ‘aardappelen, groenten en vlees’ [...] die watervrees is ook zichtbaar in onze bruggen [...]
3. Enige uitzondering – de eerlijkheid gebiedt me haar te melden: de Boompjes, in 1615 – gelijktijdig met de nieuwe Wijnhaven, Bierhaven, Glashaven en Scheepmakershaven binnen de stadsdriehoek – aangelegd als wandelpromenade langs de rivier, en beplant met dubbele rijen lindebomen. De rivieroever zelf was toen nog niet in gebruik als aanlegplaats; wél verrezen daar al de eerste koopmanshuizen [...] :
4. Jij bent – maar dat hoef ik jóu natuurlijk niet te vertellen - niet de eerste, die ‘rivier’ schildert. Om er een paar te noemen: Aelbert Cuyp uit Dort, en ook Jacob van Ruysdael hadden vooral oog voor sferische effecten van het rivierlandschap, bezien van langs, en soms ook schijnbaar vanáf het water [...].
Paul Signac schilderde in 1907 ‘De haven van Rotterdam’, kijkend vanaf het Leuvehoofd in de richting van de Maasbruggen: op zíjn rivier spelen allerhande bootjes de hoofdrol – roeibootjes, zeilscheepjes, maar vooral stoere stoomslepers. Het weidse ‘Maasgezicht met Statendam’ van C. van der Zalm uit 1914 toont vooral de havens ‘op Zuid’ [...]
Mensen zijn op al deze rivierschilderijen (en ook bij Marsman) opvallend afwezig. Behalve op de winterrivieren van Hendrick Avercamp uit het begin van de 17e eeuw, en bij Nijhoff, uit onze eeuw, figureren ze hoogstens ‘in de marge’ of zien we afgeleiden van hun aanwezigheid in het landschap: huizen en steden, bruggen en schepen. Hoe zou dat komen? Kunnen landschapsschilders geen mensen tekenen, of zijn mensen doodeenvoudig ‘te klein’ voor ‘de rivier?
5. Ik herinner me mijn recente bezoek op een broeierige zomeravond in je nieuwe atelier: alwéér aan een waterkant. Na jaren in die ouwe fabriek aan de Schie, en daarna een tijdje in die nog nét niet verloederde goederenloods (Van den Broek en Bakema wisten indertijd ook zulke gebouwen mooi te maken!) aan de Keilehaven, zit je sinds kort in een verlaten kantoorpand op een van de kaden bij de Waalhaven: alwéér ‘schilderen aan de waterkant’. [...]
6. Je laat me je nieuwe project-in-wording zien. Tien reusachtige doeken. Het vierkante formaat ervan verbaast en intrigeert me. Binnen de traditie van de landschapschilderkunst is die beeldvorm uitzonderlijk. De oude meesters hadden een voorkeur voor het liggend formaat om de wijdsheid en de mens-ontstijgende maat van het landschap in één blik te kunnen vangen. Het rondgezette panorama uit de 19e eeuw - het ‘Panorama Mesdag’ bijvoorbeeld – is de ultieme vorm: je zou erin kunnen verzuipen, omdat je niet meer buiten de geschilderde wereld kunt kijken…
Jij kiest voor vierkant. En hoe lang ik ook kijk, het jeukt. [...] .
7. Op één van je doeken lees ik, in grote fel-oplichtende letters boven een loods aan het water achter een half-afgesneden coaster, de naam ‘Verolme’. En meteen ben ik terug bij thuis, toen. Waar ik opgroeide was óók een werf van Verolme. Dáár, vér landinwaarts, werden sleephopperzuigers gebouwd, en – op het laatst bijna groter dan heel ons stadje – coasters tot wel 35.000 ton, althans de rompen ervan: tussen ons en de zee lag immers ‘de brug’, en daar pasten die half-affe schepen, volgepompt met water, bij dood tij nét onderdoor – pas bij ‘Verolme Botlek’ kon de bovenbouw erop gelast worden. Ik herinner me tewaterlatingen; [...]
8. De (werk-)titel van je rivier-project – ‘Aan de Maas’ – is voor mij zowel plaatsbepaling als opdracht, wijding, aanspreekvorm. Jouw riviergezichten kijken niet – zoals die uit het verleden – vanaf de oevers, en niet vanuit de lucht, maar vanop het water zelf. Je stond niet ‘aan’ maar ‘Op de Maas’, temidden van boten en schepen en oeverbebouwing.
Ik vind jouw rivier echter tamelijk anachronistisch – je laat een ‘werkrivier’ zien, een rivier van ‘zware shack’-heroïek vol stoere boten en grote, zware machinerie onder imposante wolkenhem
9. Tien doeken in wording, van twee bij twee meter. Ga d’r maar aan staan. Als kijker heb ik daar een hele kluif aan, maar ik probeer me ook voor te stellen hoe het voor jou als schilder is, het schilderen op zulk formaat. Hoe je er greep op krijgt. Jouw schildertrant was altijd al lyrisch geborsteld, maar hier haal je alles uit de kast. Dat is bijvoorbeeld te zien aan de forse brede toetsen waarmee de verf op het doek is gezet – gebaren die wel passen bij de stoerheid van het afgebeelde. [...] Dat alles overrompelt, en niet enkel door schaal en maat. Dit is de Schoonheid van schilderen, de Schoonheid van jouw rivier. You did it again!
10. Nu, na dagenlang vanachter mijn toetsenbord bij jouw rivier, ga ik even lopen, langs mijn eigen rivier, hier vlakbij: even uitwaaien, even water, frisse lucht en diesel snuiven, lekker slenteren en luisteren naar golfslag, wind en tjoeketjoek (wat ongelooflijk véél schepen varen er – nog steeds – af en aan…!), misschien een praatje maken of een pilsje pakken, en kijken of de geest nog wil meewaaien op de wind.
Dáár aan het water, dáár is het natuurlijk nog het állermooist!
Beste groet,
Guus
© Guus Vreeburg / Het OOG, Rotterdam; 010901
Het bezoek aan Breevoort's atelier, en het schrijven van deze tekst leidde uiteindelijk tot een presentatie bij Het Plafond van een van de schilderijen uit de hierboven beschreven serie, begin januari 2003
De complete tekst kan op aanvraag beschikbaar worden gesteld