Op weg zijn - het 'toit-terrasse' van Le Corbusier's 'Unité d'habitation' (1947-52) in Marseille.

ongepubliceerd; geschreven naar aanleiding van een excursiereis die ik in april 1994, samen met collega/architect & tekenaar Willem van den Hoed, organiseerde voor studenten Interieurarchitectuur van de Academie van Beeldende Kunsten in Rotterdam (tegenwoordig: Willem de Kooning Academie) naar de Provence - we bezochten Griekse en Romeinse oudheden, Romaanse kloosters, en eigentijdse architectuur in oa. Nîmes, Montpellier en Marseille - met voor mij Corbusier's dakterras op de Unité d'habitation als onbetwist hoogtepunt van de reis... Om bij te komen van al onze indrukken - 'chillen', zou dat tegenwoordig heten - logeerden we op de terugweg vanuit de Provence naar Nederland een paar dagen in Le Corbusier's klooster 'La Tourette' in L'Arbresle bij Lyon; alle 36 deelnemers aan de reis legden daar dat magistrale gebouw al tekenend vast in een panorama van 360 graden.

1994Marseille_site1a.jpg
"We zitten op het 'toit-terrasse' – het 'dak-als-terras' – van Corbu's Unité d'Habitation, in de zon, met onze rug tegen een betonnen scherm. We zitten op een platform, een paar treedjes boven de 'grond' – een miniatuurtheater lijkt het wel.

1994Marseille_site2.jpg
Recht voor ons een uitlaat van het luchtverversingssysteem van het gebouw: hij staat er als een betonnen boom. "... en langs het tuinpad van m'n vader..." – de dakrand als hardlooppad. Iemand beklimt de betonnen trap naar het sportzaaltje – ook van grijs beton, versierd door de versteende nerf van ooit-echte bomen en met een paar simpele badkamertegeltjes. Verderop weet ik de betonnen picnic-bankjes, het kleuterschooltje met zijn speelplein compleet met zonnig pierebad – afgelopen zomer zag ik er een klasje poedelen, met hun juf en meester op de rand. Aan het andere uiteinde van dit terras loopt de betonvloer halfrond omhoog – een scateboardhelling avant-la-lettre? – geflankeerd door een betonnen molshoop met ronde gaten – een referentie aan de bergen in de verte? – er passen bloempotten in!

We zitten lekker in de zon, links in de verte de bergen, rechts de blauwe zee. We varen. We zijn op weg. "Hier blijven we zitten tot we in Lyon zijn", zegt iemand. Dat lijkt me een prima idee. Hier zitten we goed!

Een 'dak-als-terras'. Bovenop ons 'dorp'. Exterieur? Interieur! – ruimte, die raakt aan mensen. Interieur, van de twintigste eeuw – nooit éérder had iemand dít kunnen bedenken.

Dit is de twintigste eeuw op zijn best: 1600 mensen – geen prinsen! – onderdak gebracht, samen in een gebouw waarin toch voor ieder een eigen huis, een eigen voordeur net een eigen kleur, aangelicht door een eigen lampje in de lange, lage, donkere gang – verrassend hoog en licht de woning zelf: het moet destijds welhaast paleis geleken hebben met zijn wonderkeuken, de entresol met vide – letterlijk 'leegte'! –, de kinderkamers met hun schuifwand, een eigen bad, een terras met zicht op bergen of op zee. Woningen met zoveel mogelijk alles erop-en-eraan. Maar daar blijft het niet bij: er is meer dan enkel het eigen domein. Middenin het dorp de winkelstraat, bovenop dat 'dak-als-terras': een dorpsplein. Daar komt alles samen: heel het dorp.

Le Corbusier was dan wellicht een ijdeltuit, maar dat is hier nergens te zien. Nergens pretentie, nergens glamour: heel gewone dingen van het mensenleven tot in het kleinste overdacht, en met de eenvoudigste materialen liefdevol vorm-gegeven. Toch wordt het nooit doods en dwingend; nergens 'design'- overal menselijkheid en menselijke schaal. Interieur-architectuur in de beste zin: ín en óp dit gebouw laat Le Corbusier zien wat het betekent te werken vlakbij mensenhuid: doet het er dan toe dat hij eigenlijk was opgeleid als goudsmid?

1994_Bofill02_site.jpg  1981-87Nouvel_Nimes Nemausus03_site.jpg 

Na Le Corbusier Bofill [we bezochten in Montpellier het woningbouwproject 'Antigone'  (1990-1994) van Ricardo Bofill (1939); gv]: een mooi plein, waar mensen zijn - inderdaad; maar verderop is alles leeg en doods – je hebt niets te zoeken tussen die pretentieus dwingende gevels, waarachter we een woning zien vol slordiglelijke details en valse burgerlijkheid. Niks 'op-weg-naar-Lyon': dit staat muurvast. Na Le Corbusier Nouvel [in Nîmes bzochten we het woningbouwproject 'Nemausus' (1981-1987) van Jean Nouvel (1945); gv]: veel-eisende, maar veel-gevende, want prachtig ruimtelijke woningen die herinneren aan de 'woonmachine'. Enorme balcons, door ieder apart tot leven gebracht. Enorme galerijen, waarop evenwel niets lijkt te gebeuren; afgezien van de prachtige parkeerinterieurs valt de buitenruimte me so-wie-so wat tegen. Toch een gebaar: niet een groen park met een trotse oceaanstomer, maar de lelijke middelmatigheid van een periferie waar twee Mississippi raderboten uit de space-age aangelegd hebben. Toch 'op weg’!

De Unité, Corbu's voor-beeld voor de tweede helft van de twintigste eeuw. Als ik zo om me heen kijk, lijken maar weinigen echt begrepen te hebben, wat hij wilde zeggen: mensen wonen in hun eigen huis, maar ook in hun dorp. Een gebouw als leefgemeenschap. Ieder apart en allen samen. Individualiteit en collectiviteit. Ook dat maakt het stralend. Ik herkende het ook in La Tourette.

"Maar ach, dat dorp van toen, dat is voorbij / En dit is wat er rest voor mij / Een album met herinneringen...". Van wat destijds ontstond, is misschien niet alles nog van deze tijd: de 'rue interieure' langzaam weggeconcureerd door de supermarkt, de woningen wat aan de kleine kant in onze ogen. Maar toch... is ook dit allemaal voorbij?

1948-52Corbusier_Marseille03_site.jpg  1948-52Corbusier_Marseille07_site.jpg 

Ik bezie de Unité als voor-beeld voor de eerste helft van de éénentwintigste eeuw. Hoe kun je in een steeds meer vervuilde wereld met steeds meer mensen – meest have-not's – toch op zinvolle manier leven als individu? Verantwoordelijk en sober. Sartre's definitie van mens-zijn. 'Woning' opnieuw gedefinieerd: er kan heel veel uit als het moet; heel veel van wat eigenlijk overbodig is, van wat je toch niet alle dagen nodig hebt, van wat veel goedkoper of zuiniger is om samen te doen - dan kom je elkaar ook nog eens tegen: aan tafel, in het sauna-bad, de werk-plaats, de wasserette, achter de krant of voor het projectiescherm, in de fitness-ruimte op een dak-als-terras, bij het orgel in de wijdse acoustiek. De nieuwe woning zelf kan klein zijn als een kloostercel – veel heb ik niet nodig om mezelf te zijn: mijn bed, mijn tandenborstel, mijn schrift, mijn muziek – meer niet.

Ik zit weer thuis. Ik denk aan het dak-als-terras. En ik ben op weg. (23 april 1994)"

© Guus Vreeburg / Het OOG, Rotterdam; 940423

Reageren op deze tekst? Stuur een mail. 

Corbusier's dak-als-terras inspireert regelmatig tot prachtige projecten; kijk bijvoorbeeld op deze site.