Brabant: waar begint het?
deel 1 van de reeks Over 'Brabant'

GV Brabant I,1_site.jpg

Wonend in ‘Holland’, en denkend aan ‘Brabant’ zie ik de Maas, breed stromend tussen de dijken. Dáár begint het voor mij, ‘Brabant’. Dáár hield het op toen ik nog woonde in Heusden ‘aan de Maas’, waar ik ben geboren. Bern – ‘Bèere’, zeie-ze zelf – en Nederhemert, met het Kasteel en de speeltuin: dat was ‘aan de overkant’ – dat was Gelderland. Mijn vader – huisarts in Heusden – had ook dáár patiënten; als hij na het middagmaal aankondigde: “Ik ben vanmiddag naar de overkant” wisten wij dat hij niet de straat overstak, maar de brug. Of liever: twee bruggen. Om écht de Maas – de échte – over te steken moest hij ook nog over de brug over het ‘Heusdensch Kanaal’. Als je alleen maar de Heusdense Brug nam kwam je in het ‘Land van Heusden en Altena’: Wijk en Aalburg, Veen, Almkerk, Nieuwendijk en Werkendam, Genderen, Meeuwen en Eethen en Dussen en ‘de Hank’ – voor mij als katholiek jochie bijna al ‘buitenland’, want dáár stond het land vól met ‘zware’ kerken van ‘de protestanten’… Toch óók ‘Brabant’, zelfs de Biesbosch is nog ‘van ons’.

Met de Maas als grens van ‘Brabant’ is dus iets raars aan de hand. Het water onder de ‘Heusdense Brug’ stroomt daar pas ruim een eeuw: in 1904 opende Koningin Wilhelmina vanuit Heusden (de plaquette is er nog) de nieuw gegraven ‘Bergsche Maas’ tussen Heusden – of  liever gezegd: tussen Hedikhuizen, iets oostelijk van Heusden, maar dát was een durp waar je geen koninginnen kon ontvangen, die kwamen liever naar de ‘stad’ die Heusden was – en Geertruidenberg. Tót 1904 stroomde de Maas vanaf ‘Heekese’ kronkelend naar het Noordwesten, langs Wijk en Veen en Andel, tot ze bij Woudrichem en het Slot Loevesteyn de Waal invloeide – nu heet die Maas de ‘Afgedamde Maas’ naar de sluis bij Andel, óók van 1904, net als dat ‘Heusdensch Kanaal’. 1)

Mijn ‘Heusden’ lág welbeschouwd niet eens aan de ‘echte’ Maas, maar aan die gegraven ‘Bergsche’. Troost was, dat díe ter hoogte van Heusden was aangelegd door een oude kronkel-bocht – inmiddels al eeuwen verzand – van de echte Maas. Dat is nog te zien op prenten uit de 17e eeuw met ‘skyline’ van het stadje, en de plattegrond. Een echte vestingstad, met wallen en grachten, die in 1579 – middenin de 80-Jarige Oorlog – werden aangelegd door de ingenieur Simon Stevin. Die deed dat overigens in opdracht niet van de hertogen van ‘Brabant’ of andere Brabantse heren in ‘s-Hertogenbosch, maar van de Staten Generaal in ’s-Gravenhage. Heusden was toen een vestingstad van ‘Holland’. Immers: nadat in 1286 de 18e Heer van Heusden, Jan VII (1279-1303), leenplichtig was geworden aan de hertog van Brabant, verkocht in 1290 de graaf van Kleef zijn heerlijke rechten over Heusden aan Floris V, graaf van Holland. Heusden  werd hierdoor een Hollandse voorpost in Brabants gebied. Dat is ook op oude kaarten uit de 17e en 18e eeuw goed te zien: Holland stak toen met een schiereiland in de vorm van een omgekeerde stoel diep in wat nu Brabant heet.

GV Brabant I,2_site.jpg

Heusden werd pas in de 19e eeuw een stad in Brabant, ‘Noord Brabant’ wel te verstaan. Toen ik er opgroeide was het nog steeds half-Hollands. De architectuur van de oude huizen en van de oude kerk, en de namen van straten en pleinen (Botermarkt, Vismarkt, Waterstraat, Wijksestraat) tonen dat nog steeds. Ook was Heusden niet, zoals de rest van Brabant, overwegend katholiek: minstens de helft van de mensen was Hervormd, of Gereformeerd, of Luthers. Heusden lééfde in die tijd van ‘de werf’ – van Cees Verolme, stijf gereformeerde ondernemer – aan de éne kant van het stadje, en ‘de Jonker Fris’ – de conservenfabriek van de familie Van Wagenberg, goed katholiek – aan de andere kant. Mijn vader was er in 1952 de eerste katholieke huisarts… Heusden lág wel in Brabant, maar echt Brabants was het niet. Écht Brabants werd het pas in Elshout, drie kilometer zuidelijker. Als ik daar naartoe fietste, op weg naar mijn schoolvriend Paul, hobbelde ik eerst een stuk over de kinderkoppen van de Elshoutseweg, die halverwege plots overging in de Heusdenseweg en dan ook veel beter berijdbaar werd door een bestrating met klinkers. Dáár was de gemeente Elshout-Drunen begonnen; dáár hield de rivierklei op en begon ‘het zaand’, dáár was iedereen natuurlijk katholiek: dáár begon Brabant pas écht. Althans: het Brabant van de keuterboertjes in hun kleine boerderijtjes met rieten daken, zoals in beeld gebracht door fotografen als Martien Coppens (1908-1986) en Henri Berssenbrugge (1873-1959), en eerder door Vincent van Gogh (1853-1890). Het Brabant ook van Antoon Coolen (1897-1961; schreef oa ‘De Peelwerkers’, 1930 en ‘De goede moordenaar’, 1931). Het Brabant van ‘houdoe!’, van ‘èrrepels mee spek’, en van ‘hèdde gij oe huiswerk al gemoakt?’.

GV Brabant I,3_site.jpg
Henri Berssenbrugge (1873-1959). Boerderij bij Tilburg, circa 1900

GV Brabant I,4_site.jpg
Henri Berssenbrugge (1873-1959). Boerderij bij Tilburg, circa 1900

GV Brabant I,5_site.jpg
Henri Berssenbrugge (1873-1959). ‘brood-eters’, circa 1900

GV Brabant I,6_site.jpg
Henri Berssenbrugge (1873-1959). ‘Van Gogh-se thuiswever’, circa 1900

Ik schrijf dit vanuit Rotterdam, waar ik nú woon. In ‘Holland’. Rotterdam, genoemd naar een dam in de polderrivier de Rotte, en tegenwoordig in de ‘Rijnmond’ gelegen, heet ook wel de ‘Maasstad’. Een would-be ‘Manhattan-aan-de-Maas’. Immers: onder de Erasmusbrug door heet de ‘Nieuwe Maas’ te stromen. Even ten zuiden van de stad loopt de ‘Oude Maas’, tussen Dordrecht en de ‘Maasvlakte’. Wat dat te maken heeft met ‘mijn’ Maas bij Heusden is me nog altijd een raadsel. ‘Brabants’ is de stad in ieder geval niet. Wél kwamen er 100 jaar veel mensen uit Brabant in de stad wonen, om in de havens te werken. Daar was werk, daar was geld te verdienen. Ze kwamen meest uit West-Brabant, het land van de klei, het land van de grote vlakten en de uitgestrekte velden suikerbieten op-weg-naar-Dinteloord. Het land dat zo heel anders is dan míjn ‘Brabant’. En tóch lees ik, als ik de Moerdijkbrug over rijd, op weg naar ‘huis’ – nog altijd – ‘Welkom in Brabant’. Het ziet er heel anders uit dan toen bij ons thuis, maar tóch voel ik het als ‘thuiskomen’. Dat had ik vroeger ook al, als student in Utrecht met de trein terug voor het weekend, over de brug bij Hedel, met in de verte de Sint Jan: thuis. Of tegenwoordig, terug uit Duitsland over de A77 de brug bij Boxmeer: hoewel het er daar wéér heel anders uitziet tóch ‘thuis’.

Nee, simpel is het níet, de Maas als grens van ‘Brabant’. Hoeveel Brabanden zijn er eigenlijk? En: waar houdt Brabant op?

1) voor méér hierover zie: Tom van der Aalst en Piet de Jongh (samenstellers). Honderd jaar Bergsche Maas. De scheiding van Maas en Waal. Fotografie Frans Jansen en Martin Kers. Wijk en Aalburg, Pictures Publishers, 2004 (254 blz.; afb.; lit. opg.) ISBN 90-70183-48-6.

© Guus Vreeburg / Het OOG, Rotterdam; 060713

terug naar overzicht van de reeks Over 'Brabant'

Reageren op deze tekst? Stuur een mail.