Guus Vreeburg ism Hadewych Martens. UMS Pastoe. Een Nederlandse meubelfabriek 1913 - 1983
Utrecht, Centraal Museum, 1983 geen ISBN; 90 p, ills; verschenen bij de gelijknamige tentoonstelling, samengesteld door Guus Vreeburg en Hadewych Martens, in het Centraal Museum Utrecht, 22 oktober t/m 4 december 1983

1983PasToe_catalogus cover_site.jpg

Inleiding
De tentoonstelling 'UMS Pastoe. Een Nederlandse meubelfabriek 1913 - 1983' had tijdens de voorbereidingsfase de werktitel 'Pastoe-tentoonstelling'. Deze afkorting is typerend te noemen: de 'Utrechtsche Machinale Stoel- en Meubelfabriek', zoals Frits Loeb zijn bedrijf bij de oprichting in 1913 officieel noemde, verwierf haar grootste bekendheid in de periode vanaf 1948. toen zij haar producten verkocht onder de merknaam 'Pastoe'. Hiermee kreeg het bedrijf, althans in Nederland, horen bij de avant-garde op meubelgebied en kreeg het ook binnen kunsthistorische kring enige faam. [...]"

© Guus Vreeburg / Het Oog, Rotterdam; 831022

De complete tekst kan op aanvraag beschikbaar worden gesteld.

1920sPasToe_ext+flyer_site.jpg

Deze tentoonstelling en bijbehorende publicatie waren uiteindelijk het gevolg van een kunsthistorisch onderzoek dat ik als net-afgestudeerde, nog baan-loze kunsthistoricus opstartte op basis van een herinnering aan een voorval uit 1978. Toen was ik als doctoraal-student lid van een 'projectgroep' die zich bezig hield met de 'Stichting Goed Wonen' (1946-1968). Ik kwam toen voor een interview ook terecht bij de firma Pastoe in Utrecht, één van de voortrekkers van Goed Wonen. Ik trof een troosteloze fabriek aan, met half leegstaande productiehallen en onttakelde kantoren. In één daarvan viel mijn oog op een kartonnen doos, die uit een kast gevallen was en opengebarsten: er lag een zee van glasscherven omheen - 'zwart/wit glasnegatieven, bleek het, letterlijk 'uit de ouwe doos' van vér voor 1948....
In 1981, eenmaal afgestudeerd, belde ik Pastoe nog eens op: mocht ik eens naar die dozen komen kijken? Er bleek nog véél meer oud archiefmateriaal aanwezig, jarenlang door een directiesecretaresse liefdevol georden, maar nu voor oud vuil verstoft in dozen. Inventariseren leidde tot in kaart brengen, tot gesprekken met mensen die het allemaal nog hadden meegemaakt, tot speurtochten naar oude 'UMS' en 'Pastoe'meubelen - die stonden toen nog niet in musea, maar nog gewoon bij mensen thuis, en af en toe ook langs de straat...
Mede aangespoord door Harm Scheltens, die als nieuwe directeur van Pastoe donders goed de marketing waarde doorhad van een goede documententatie van de lange en rijke geschiedenis van zijn bedrijf, en door Ida van Zijl, conservator 'Toegepaste Kunst' van het Centraal Museum ontstond het plan voor een tentoonstelling en bijbehorende publicatie. Gaandeweg dat proces vroeg, en kreeg ik de hulp van mijn vroegere studiegenote Hadewych Martens; zij verleende onmisbare bijdragen aan het project. De tentoonstelling, die in oktober 1983 openging, markeerde ook het 70-jarig jubileum van wat toen gewoon 'Pastoe' heette.
In de musea en vakpers was tot die tijd nog nauwelijks belangstelling voor 'vormgeving' uit de periode na de Tweede Wereldoorlog, en al helemaal niet voor de producten van 'massa-fabrieken'; ook het woord 'design' betekende toen nog iets heel anders dan tegenwoordig. De 'Pastoe-tentoonstelling' was een groot succes: niet alleen bij het publiek, maar ook bij vakgenoten. Gelukkig is de kunsthistorische blik vandaag-de-dag véél breder en genuanceerder dan toen.
In de daaropvolgende jaren heb ik nog vaak met Pastoe-directeur Harm Scheltens samengewerkt, onder andere voor een tweede Pastoe-tentoonstelling in 1988, ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan, in de Beurs van Berlage in Amsterdam.

In Items (1983) #9, pp 32-33 verscheen een bespreking van het project door Joep Tange en Renny Ramakers. Gespitst op 'vormgeving' als zij blijkbaar waren misten zij in hun opmerkingen volkomen de pointe, die in tentoonstelling en publicatie aan de orde werd gesteld....